Artikelen

Bestaansrecht

May 28, 2025

Vanmorgen sta ik op. Ik voel dat ik niet veel ruimte heb. De zwier die ik gisteren in mijn heupen voelde is verdwenen en de stem die zo vrij wilde klinken met de liedjes van mijn jeugd lijkt verstomd. Er willen wat aarzelende tonen, maar het klinkt niet overtuigend en ik stoor me aan mezelf.

Ik ga een nieuwe fase in van ontvlechting van mijn huwelijk. Ik wil een afronding. Ik formuleerde een mail waarin ik mijn verlangens uitspreek over hoe ik de afronding voor me zie. Rete-spannend vind ik dat, opkomen voor mezelf. Doodsbang voor de reactie die het op zou roepen. En het voelde alsof ik in de arena sta, dat ik zomaar omver geblazen zou kunnen worden.


Ik breng deze ochtend de jongens naar school. De een wil een muziekje en de ander absoluut niet. Ik kan wat afleiding gebruiken, denk ik, en zet de radio aan, wat even tot gemor leidt. Er wordt vooral gepraat: over medische attributen, over het completeren van een verzameling, en hoe komisch een anusspreider wordt gevonden, of een eikelaar. Ik voel alleen de pijn die met deze invasieve medische apparaten die met het grootste gemak worden geïntroduceerd in een lichaam. Van vlees en bloed, met emoties.

Ik zet de jongens af op school. Na een knuffel bewegen ze naar de klas. In de auto lijk ik er niet echt te zijn. Ik voel mijn innerlijke criticus weer aan gaan. Oordelen op het leven dat ik nu leid.


Ik denk terug aan het gesprek dat ik gisteren had met mijn moeder. Ik wilde haar steun, voor het proces dat ik nu opnieuw inga met het tot afronding komen van mijn eerdere relatie.

Echter, er kwamen oordelen die ze uitte op het leven dat ik nu leef. Mijn leven. Mijn pad. Dat ze me niet herkent, dat ze de oude Stijn terug wil. Die lief is, geduldig, die over ditjes en datjes kan praten, die van vakantie naar vakantie beweegt en graag sport. Die geen confronterende dingen zegt, die geen deksels van beerputten licht, niet met een vrouw gaat die keuzes voor zichzelf maakt en zich daarover uitspreekt.


En ik kon er staan. Mijn waarheid verkondigend. Dicht bij mijn kern. Mijn kern. Ik kon mezelf laten zien, hoezeer dit is wat ik nu doe. En het deed haar pijn. Mijn waarheid. En ik voelde hoezeer ze probeerde om het contact te herstellen.

En daar voelde ik: kon ik dat nu eens helemaal niet erg vinden. Kon ik er nu eens helemaal voor mezelf zijn. Wilde ik haar even helemaal niet begrijpen. Hoezeer ik haar pijn had gedaan met mijn keuzes van het afgelopen jaar. Kon ik even helemaal zijn met de afstand die tussen ons ontstond.

En voelde ik, dat ik haar even niet gerust te stellen had. Dat ik haar los moest laten. En ik voelde hoe ze op haar benen wankelde. Een trilling in haar stem. En ik voelde hoe sterk het me maakte, om zo dicht bij mezelf te blijven. Voor het eerst. En dat ik ondanks dat, ondanks de verwijdering, de liefde voelde voor haar. Juist de liefde voelde, die er gewoon altijd is. Punt. Omdat ik niet vasthield aan de uitkomst, nu eens niet bang was om los te laten. Niet meer bang om haar te verliezen.


Gekscherend had ik gezegd dat ik eigenlijk nooit in de puberteit had gezeten. Dat ik me nooit echt had afgezet. Altijd maar begripvol zijn, vanuit het hogere hart. Universele liefde tonend. Maar hier op aarde, heb ik ook een fysiek lijf. Een lijf dat zo lekker geniet van eten, de zon op mijn huid, de beweging die ik maak vanuit mijn heupen, tijdens dans, tijdens een gepassioneerde vrijpartij. En dat lijf wil nu ook een keer de pijn voelen. Ik laat het verdriet in elke cel doordringen.

En ik voel zo dat ik mezelf te dragen heb en mijn ouders zichzelf. Dat ik niet zorg te dragen heb voor hun kindsdelen. Hangend aan mijn fundament, mijn licht stelend. En dat ik dan te horen krijg dat ik egoïstisch ben, Stijn die alleen maar aan zichzelf denkt.


En zo kwam ik terug op de camping en ging ik zitten op mijn yogamat. En man, ik zakte, in mijn lijf. Ik voelde vanuit de diepte een vuur, laaiend...

Ik liep naar de camper, opende de deur en ging zitten. Ik gaf me over aan een schreeuw. De longen uit mijn lijf, mijn stembanden tot het uiterste, in het rood, door het rood...

En ik stapte uit. De camper was te klein. Ik schreeuwde het bos in, het bos kon het ontvangen voelde ik. Mijn boosheid. Ik liet me vallen op de grond en begon met mijn vuisten op de natte bosgrond in te beuken. Alles eruit. Boomstammen langs het pad pakte ik op en slingerde die al schreeuwend over de beek.


Pfffffff. Het was een boosheid om bestaansrecht. Een vuur, mijn vuur van: hier ben ik. Dit ben ik. En dat werkte best wel bevrijdend kan ik je vertellen.

En deze draak die ik in me voelde was opeens een stuk zachter. Liefdevol kijkt hij me indringend aan. Ik voel zijn aanmoediging. En mijn jongetje zie ik opeens weer tevoorschijn komen, vanachter een boom had hij staan kijken. Hij voelt zich veilig, beschermd door de draak. Zo kan hij dansen, zingen, muziek maken en lekker ook eens teveel zijn. En ik voelde dat ik het proces aan kan gaan. Als ik zo dicht bij mezelf kan blijven. Dat ik hiermee het leven aan kan.

Dit ben ik.


En dit gesprek kon ik nooit aangaan, als ik niet de steun had gevoeld, de immense steun van mijn voorouders, mijn vrienden, de tribe, van Annemarie, mijn lief. Ik had naar ze uitgereikt op het moment dat ik daar dus in de arena stond als een weekdiertje. Het proces aangaand van mijn verdere verzelfstandiging, loskomen van het oude, mijn weg vervolgend...

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? 

Schrijf je in voor onze speciale nieuwsbrief waar we alleen de nieuwe verhalen versturen. 

Een platform voor zorgprofessionals en pioniers die oeroude wijsheid en moderne geneeskunde willen verbinden — in zichzelf en in hun werk.