Bruintje
Jun 19, 2026
Gisteren ontstond er ruimte, na 24 uur bezig te zijn geweest met een ziek klein jong katje. Hij ging dood. Ik ontwaakte uit een tijdloze bubbel.
Een paar maanden geleden kwam er een aanloopkat in mijn leven. Ons leven. Ik noemde haar Lotje. Ik had de intentie uitgesproken voor een kat die zo af en toe langs zou komen voor knuffels en kattenspel. En daar was ze. Rode tijgerprint met witte pootjes. Zwanger en wel. En met een snotneus.
Een maand later wierp ze opeens een nestje op ons grote bed in mijn camper. Twee donkere wezentjes werden in een uur of wat geboren. Lotje wist precies wat ze ermee aanmoest. Ik mocht samen met Annemarie hiervan getuige zijn en voelde hoe het is om met zoveel liefde en aandacht jong leven te mogen verwelkomen.
Tot onze verbazing ging ze na twee wurmpjes te hebben schoongelikt er nogmaals voor zitten. Ditmaal werd er een rood katje geboren.
In die zin voelde hij wel als een extraatje. Met een eigen karakter. Iets groter, iets luider, net wat later met alles, meer op mama gericht. Ik ging er al vanuit dat het een mannetje zou zijn — en dat sprak de jongens ook wel tot de verbeelding. De jongste ging hem Bruintje noemen.
En zo werd Bruintje toch wel een beetje onze favoriet.
Twee dagen geleden maakte hij opeens een piepend geluid toen hij lag te slapen. Zijn oogjes waren al een tijdje vies en zaten geregeld dichtgeplakt.
Tot Bruintje die avond echt benauwd was. Het leek wel een aanval van pseudokroep — die ik maar al te goed kende toen ik nog werkte als huisarts. Ik zag de angst in de ogen van de ouders. Maar het was voelbaar: ik miste die ervaring. Ik was daar niet geweest.
We keken elkaar aan. Wat gaan we doen? Met deze jongen naar de dierenarts?
Opeens kwam de herinnering naar boven van toen ik met mijn versufte oudere kat naar de dierenarts ging. Mijn intuïtie vertelde me toen dat ze zou sterven. Daarentegen ben ik toch gegaan, en daar werd alles uit de kast getrokken. Een dure opname tijdens de feestdagen volgde. Het volgende moment was het advies om toch in te laten slapen. Al die tijd was het diertje alleen geweest in de kliniek. Ik had erbij willen zijn. Ook en juist tijdens het lijden.
Ik kreeg een nieuwe kans. Opnieuw vertelde mijn intuïtie — en die van Annemarie — dat we Bruintje bij ons wilden houden. Niet in de hitte naar de dierenarts met zo'n jong beestje.
En er gingen gelijk ook oordelen af in mijn hoofd. Wat is goed verzorgerschap? Ontneem je hem niet een kans? Zeker met zo veel beschikbare mogelijkheden voor huisdieren in Nederland.
Nee. Lotje was aan komen lopen. Met waarschijnlijk niesziekte. Werpt twee mooie kittens en Bruintje. Laten we kijken wat er gebeurt als we aanwezig blijven. In vertrouwen.
We gingen de nacht in. Bruintje sliep in perioden rustig. Zonder piepen. Andere momenten klauwde en wierp hij zichzelf om in momenten van ernstige benauwdheid. Annemarie en ik bleven er in toerbeurt bij.
En besefte ik opeens: hoe kan ik een ceremonie over vaderschap doen, als ik deze kant nog niet had meegemaakt?
In die momenten was ik getuige van de levenslust van zo'n jong schepsel. In de moeite die hij deed om te ademen. Een leven voor zich. Ik zag pure levenskracht.
En ervaarde ik hoe het is om zo machteloos toe te moeten zien op het lijden van iets wat je zo dierbaar is.
Er waren momenten dat ik me voorstelde dat ik een kussen pakte en hem zou smoren. Of dat ik hem de nek zou omdraaien. Puur om hem uit zijn lijden te verlossen.
Ik moedigde hem aan om te leven en ik vertelde hem dat het goed was zo.
Het ging mijn leven in dat moment overheersen. Alles stond in het teken van Bruintje.
En ook zag ik hoe Lotje hiermee omging. Lotje kwam af en toe bij Bruintje kijken. Ze begroette hem, gaf hem een likje en ging bij hem liggen om te kijken of hij zou drinken. Hiervoor was hij echter te benauwd. Daarna ging ze bij hem in de buurt liggen. Nabij — en toch in de gelegenheid om zelf uit te rusten. Er waren namelijk ook nog twee kittens die groeiden, speelden, en ook de aandacht van Lotje verdienden.
Bruintje is gisteren overleden.
Ik ging bij hem zitten om nog een stukje muziek voor hem te spelen, terwijl hij in de schaduw op de bosgrond lag.
Hij krabde nog één maal achter zijn oren. Rekte zich in een laatste stuip goed uit. En ging toen heen.
Klaar voor zijn laatste reis.
Liefs, Stijn