Daar waar het schuurt kom je ook de parels tegen
Jul 10, 2025
Zo was ik wat verdrietig over de manier waarop een ambtenaar omging met onze situatie en het verkrijgen van een briefadres. Het is begrijpelijk dat deze persoon er mogelijk jeuk van krijgt — de manier van wonen, een nomadisch bestaan, dat is niet voor iedereen.
Toch had ik gehoopt dat we elkaar meer zouden ontmoeten. Nodig me uit voor een gesprek bij de gemeente, in plaats van het weer hogerop te brengen met een officieel bezwaar.
Ik word als casus van loket naar loket gestuurd en niemand wil de daadwerkelijke verantwoordelijkheid dragen. Dat maakt me verdrietig over hoe we met elkaar samenleven.
En ja — dáár krijg ík op mijn beurt dan weer jeuk van.
En zo lijken we toch meer op elkaar dan we denken.
Want ik ken dit maar al te goed uit mijn tijd als co-assistent, arts en huisarts. Casussen die ingewikkeld zijn, klachten die te vaag zijn, onduidelijke diagnoses. Niemand wilde zich er echt over buigen. Mensen worden van specialist naar specialist verwezen en het probleem blijft lang bestaan.
Ik, als arts, werd zelf in verlegenheid gebracht omdat het niet in een diagnose of hokje te vatten was. Supervisoren wilden een duidelijk verhaal horen — dat ik vervolgens niet kon brengen. Grijstinten in de geneeskunde worden nog steeds weinig behandeld in de studie, terwijl het gros van je werk daaruit bestaat. Vanuit eigen ongemak wordt haast vergeten dat er echte mensen achter de casussen zitten.
En zo raken we in grote systemen onze medemenselijkheid kwijt. We raken elkaar kwijt omdat we allemaal het gevoel hebben niet gezien te worden.
Toch zie ik het ook anders.
Een pakketbezorger die even wacht op mijn pakketjes. Een medewerker van PostNL die mijn te grote pakketje toch laat meenemen als brievenbuspakketje — met een knipoog. Een eigenaar van een supermarkt die een praatje maakt over zijn grote assortiment biologische soepen, trots en enthousiast, en zo zichzelf laat zien aan zijn klanten.
Zo worden ogenschijnlijk grote bedrijven en systemen ineens weer menselijk. En zien we elkaar weer.
Dat raakt me.
Ik heb elke keer gehandeld uit zuiver geweten. En dat betekende dat ik op een gegeven moment teveel wist van bepaalde medicijnen die ik niet meer wilde en kon voorschrijven. Mijn geweten liet het niet meer toe. Het zinloze doorverwijzen waarvan ik de uitkomst allang wist, lukte me steeds minder.
Ik raakte gedesillusioneerd over mijn vak als arts en moest losbreken. Ik wilde weer op zoek naar de menselijkheid — en vond die in de mind-body medicine en in het sjamanisme. Dichter bij de natuur, mijn natuur. Daar waar ik weer kon voelen, mijn intuïtie mocht gebruiken en het grijze gebied kon betreden.
Het was ook mijn ziel die dichter bij de natuur wilde wonen. De wind wilde horen en voelen in de nacht, het tikken van de regen. De wisselingen van de seizoenen weer wilde proeven.
En dat heeft consequenties voor hoe ik word gezien in de maatschappij. Ik ben niet langer die succesvolle huisarts die in een prachtig appartement woont, met twee kinderen en gelukkig getrouwd is. Dat plaatje bleek voor mij een illusie.
Ik voel me nu een zeer rijk mens. Wonend in een prachtige grote tent en camper, gescheiden, met twee lieve kindjes, een zielsgeliefde, en zoekend naar hoe dit vorm mag krijgen in een systeem dat van het eerste scenario uitgaat en dat wenselijk acht.
Ik vind mezelf verre van zielig. Ik noem mezelf gelukkiger en levendiger dan ooit.
Liefs, Annemarie