De draak, de raaf en de den
Jan 12, 2025
In Nederlandse films zie ik mensen vaak ruziën, alles eruit gooien. Ik voel een lichte jaloezie, ik kan dat niet. En toch lijkt het me stiekem best lekker. Stiekem, want het mag niet van mij.
In mijn eentje sta ik met mijn camper op de Veluwe aan een stuifzandvlakte bij Kootwijk. Vandaag kreeg ik een berichtje van Annemarie.
De Yule nachten liggen achter me. Ik kijk terug op een prachtige periode samen met Annemarie. We hebben veel mogen voelen samen en aangekeken. Het is voor ons beide een intens jaar geweest met veel verandering, emoties en loslaten. Loslaten van oude levens. Voelen wat is geweest, wat is en wat er in het verschiet ligt voor ons samen.
Het berichtje vertelt dat helen betekent dat je het slechtste in jezelf leert omarmen.
Pfff, ik weet precies wat ze bedoelt. Op de 4e Yule nacht die we gekoppeld hebben aan verschillende chakra's, maakten we contact met het vuur.
Ik ontmoette mijn vuur. Een destructief vuur. Een oordelend, veroordelend, competitief, saboterend vuur. In ons samenzijn deelden we alles, ook de onderstroom, juist de onderstroom. We schijnden licht op wat in de duisternis is.
Een vuur wat ik ken uit mijn familie. Een vuur wat ontstaat als ik te ver van mijn centrum weg wandel en te veel aan mijn ideale plaatje vast houdt. Want Stijn is geduldig, vriendelijk, lief, luistert....
En daar was opeens dat lelijke vuur. Een drakenvuur. Annemarie zag het. Voelde het, hoe ik elke beweging die ze maakte, elk geluid dat ze maakte veroordeelde. Hoe meer ze in haar kracht stond, hoe meer ik zin had om haar te saboteren. Het vuur voelde als een alles vernietigende oorlog. Er was geen plaats voor liefde. Een gewonde yang, waar geen ruimte was voor de yin.
Ze zag het, voelde het, gooide me om, in een stoeipartij, probeerde het eruit te trekken, en ik, deinsde terug, schaamde me. Schaamde me voor mijn boosheid, mijn oordelen. Ik verborg me achter de beuken die er stonden, als een klein jongetje, betrapt. De boosheid nam toe. Sloeg naar binnen en naar buiten. Ik vervloekte mezelf, dat ik me zo liet gaan, vervloekte Annemarie, dat ze me door had. Het voelde eenzaam.
Op het moment van het berichtje over de lelijkste kant omarmen hoor ik een 'krokk krokk': een zwarte vogel wiekt voorbij, een raaf. De raaf die staat voor de waarheid spreken, intuitie, maar ook trouw zijn en speelsheid. Het raakt me. Ik was er al een tijdje naar op zoek. Tot op vandaag had ik hem niet gezien de liefdevolle vogel, voor het laatst in de Italiaanse alpen.
Ik besluit een wandeling te maken over het stuifzand op zoek naar meerdere raven. Zal ik ooit mijn boosheid kunnen omarmen?
Het waait. Op de achtergrond klinken schoten van het nabij gelegen oefenterrein van defensie. Mijn oorlog van binnen die woed, de gewonde yang.
Ik loop en voel de wijdheid van de vlakte, overal waar ik kijk is zand en ondergestoven bomen, eiken, dennen, een bosje berken.
Bij een heuveltje houd ik halt. Een dikke tak van een den reikt horizontaal tot aan mijn schouder. Bijzonder om zo dicht bij de kruin van een den te staan. Ik omarm de tak en voel haar bewegen in de wind. Ze nodigt me uit erin te klimmen. Even later bungel ik met mijn benen boven de grond. Ik sluit mijn ogen, ze wiegt me op en neer, onderwijl hoor ik het ruisen van de wind door duizenden naaldjes. Ik voel me gedragen en voor het eerst in lange tijd veilig en helemaal op mijn gemak op mezelf. Zuiverend. Vrij.
Ik hoor een 'krokk krokk' en zie een raven paar verderop. Een van de twee verkent de omgeving en vliegt mijn richting op. Als ik het zoek, hoef ik alleen maar stil te staan en voelen wat er is, het komt als vanzelf naar me toe.
Ik voel dat ik mag gaan spelen met mijn vuur samen met Annemarie en ook daar buiten. Dat ik er mag zijn, met mijn vuur, dat als ik het omarm het niet tot een drakenvuur hoeft te komen. Dat het me laat staan voor wat ik belangrijk vind, wat ik wel en niet (meer) wil. Waar ik naartoe wil bewegen. En als het even lelijk wordt, dan is dat maar zo, ook al is dat doodeng. Welkom draak in mij.
De ruzie in de Nederlandse Film lijkt opeens een stukje dichter bij.
Liefs, Stijn.