Artikelen

De Efteling, kind zijn en een ongezien kindsdeel

innerlijk kind mannelijke kracht stijn vaderschap Jun 12, 2025

Een dag vol verwachting

Daar gingen we deze week. Met zijn vieren op pad. De jongens, mijn lief en ik.

Ik keek ernaar uit, de jongens keken ernaar uit, en toch, was het ook een proeve — zo voelde het. Het nieuwe leven, overgevend aan een dag. Een dag in een pretpark dat voorheen bestond uit achtbanen, eigen tempo en ook wel yang, van A naar B en weinig vertragen.

Kijken door hun ogen

De dag mocht ik nu bekijken vanuit hun blikken, die van een achtjarige en een peuter van vier. De oudste die me al had geclaimd om samen de Python in te gaan. Samen hadden we de rit al een paar keer gevisualiseerd en beleefd bij het naar-bed-gaan-ritueel: was ik de gordel en het zitting in de slang en beleefden we de rit in onze fantasie.

Geen kinderwens, toch vaderfiguur

Een proeve was het, omdat ik niet gevraagd heb om een gezin met kinderen. Ik die nooit kinderen verlangde. En de angst van mijn lief of ik ze wel zou accepteren. Of we samen de dag konden volbrengen, rekening houdend met ieders verlangens en vooral die van de kinderen. Ik die nooit een kinderwens had, omdat ik op zag tegen de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt, bang om mezelf te verliezen in het zorgen voor hen.

Of was er nog meer waarom ik bang was voor een gezin?

"Ben je daar eindelijk?"
En nu waren ze er toch echt overduidelijk opeens. En ze leken me te zeggen bij de eerste ontmoeting: "Ben je daar eindelijk?" En ze hadden een kiertje gevonden in mijn hart. Ze zijn er zo naar binnen gekropen en kijken me aan: zo, we gaan hier niet meer weg!

En zo is het, hou ik van ze en vervloek ik ze tegelijk. Want we hebben te delen in de aandacht van mijn lief. En daarbij nodigen ze me uit al mijn maskers af te zetten. Ze willen niet anders dan een authentieke Stijn. En zo zijn het ook leermeesters geworden.

In de magie van het moment

En na een dag die we lieten ontvouwen in eigen tempo, met de vertraging van het sprookjesbos, een boterham bij een fontein met kikkers en een gouden bal, een fakir op een kleedje, met de magie die er was.

De angst bij de jongste in de scheepsschommel en het gevoel van verantwoordelijkheid dat dat met zich meebrengt bij Annemarie. En ook de achtbaanrit van de Python, waarbij in de rij de oudste mijn hand niet losliet en met verbazing stond te kijken naar hoe de slang omhoog werd getrokken en meerdere keren soepel over de stalen windingen gleed.

Ditmaal maakten we de rit nogmaals, maar dan met nog meer details bij het slapengaan — met een blik van hem die me ontroerde, het vuur in zijn ogen van een samen beleefd avontuur.

Tussen ons in

Voldaan zaten Annemarie en ik op de bank. Er was veel aangeraakt die dag. Een park met zoveel herinneringen aan eerder, met andere samenstellingen. Andere levens, zo voelt het. Samen een nieuwe draad spinnend met ons samengesteld gezin.

Die nacht liggen we in bed en komt prompt de jongste tussen ons in liggen. Losgewoeld uit zijn slaapzak heeft hij het intussen koud gekregen en ligt pardoes tussen ons in. Het dwingt me naar de rand van het bed.

En dan voel ik dat ik geen ruimte heb. En de eerste reactie is dat ik Annemarie dat kwalijk neem. Ik besluit uit bed te gaan en naar mijn tweepersoonsbed in de camper te gaan met de woorden en verwijtende ondertoon: "Ik heb hier ff geen ruimte voor."

Irritatie en inzicht

En ik voel me kinderachtig dat ik zo reageer. Het mag er eigenlijk niet zijn. Ik moet me niet zo aanstellen. En toch vind ik die jongste op dat moment snoei irritant, wens ik af en toe dat ze er niet zijn, de jongens. Mijn hart voelt koud.

En dan voel ik, dat ik te maken heb met mijn jongetje. Hij is zo ongeveer even oud als de jongste. En als ik contact met hem maak, dan voelt hij zich even helemaal niet gezien. Even helemaal teveel. Mag hij er niet zijn met zijn verdriet om afwijzing?

De last die niet van haar is

En ik voel dat ik hem eigenlijk vaak niet zie. Te vaak niet gezien heb. Hij mocht er zelfs niet zijn. En dat ik vaak verwachtte dat iemand anders hem wel zag, meestal de relatie waarin ik zat.

Poeh hee. Wat een besef. Ik kan Annemarie moeilijk zorg laten dragen voor twee kinderen, zichzelf en mijn kindseel erbij. En toch, dat is wel wat ze ook wel gedaan heeft. Dank je wel lief.

Ik ben er voor je

En ik voel dat ik dat jongetje bij me mag roepen. Ik, de volwassen Stijn — of puber in mij, lekker speels en los van regels. Dat ik hem zie en hem troost. Dat hij niet kinderachtig is. Het ís een kind. Het is OK. Ik ben er voor je.

En dat ik Annemarie daarmee ontsla van de zorg voor dit deel in mij. Dat ik haar vraag om bij me aanwezig te zijn, ook al ben ik ongemakkelijk — zonder het te willen fixen bij me of te dragen.

Dat dat voor haar weer een uitdaging is, om dat dan daar te laten waar het hoort. Zij die zo goed kan voelen bij de ander.

Zorg voor mijn eigen kind

En zo zie ik, dat mijn niet-aanwezige kinderwens ook werd veroorzaakt door het niet beschikbaar zijn voor mijn jongetje. Hoe kan ik er voor een ander kind zijn, als ik niet zorg voor de mijne?

Er is dan alleen ruimte voor competitie en verongelijkte reacties — zowel ingehouden in stilte als in een opwelling geuit om iets onbenulligs. En dat is niet echt bevorderlijk voor een liefdesrelatie, kan ik je vertellen.

Een hart dat opent
En zo ontstaat er verzachting voor mijn jongetje en kan hij weer spelen. Mijn hart opent.

En zo spelen ze nu ook samen — samen met de jongste dreumes zittend op een kleedje met een fakir en de oudste schreeuwend van opwinding in de Python.

Liefs, Stijn

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? 

Schrijf je in voor onze speciale nieuwsbrief waar we alleen de nieuwe verhalen versturen. 

Een platform voor zorgprofessionals en pioniers die oeroude wijsheid en moderne geneeskunde willen verbinden — in zichzelf en in hun werk.