De wirwar van oud en nieuw
Jun 02, 2026
Ik zit naast hem te ontbijten en staar naar ons fantastische uitzicht over het veld. De week was chaotisch geweest, van alles is naar boven gekomen: de afronding van de scheiding van Stijn, de start van zijn mannencirkel, en mijn eigen worsteling met de jongens, hun vader en het ziektebed. Ondertussen werden we overspoeld door het grote, zachte geluk van onze baby-katjes, die elke nacht kleine piepende miauwtjes maken en ons leven tegelijk heeft vereenvoudigd en verrijkt.
Stijn geeft aan nog even wat tijd nodig te hebben om zijn 'sociale ronde' te doen op zijn telefoon. Geef me een half uurtje, zegt hij.
Van buiten niks aan de hand. Het is een hele normale, gezonde vraag. Maar van binnen voel ik ineens een diepe leegte, een gevoel van gemis. Tekort.
De afgelopen dagen heb ik Stijn veel ruimte gegeven om zijn mannencirkel voor te bereiden, om de stappen te zetten die hij nodig heeft. En heb ik mezelf langzaamaan weer naar de achtergrond geschoven. Net een tandje bijgezet, net wat meer gedaan. Niet tot last willen zijn, terwijl ik zelf ook een groot verlies bij me draag, een rouwproces dat zich al heeft aangediend.
Ik heb zijn volledige aanwezigheid en aandacht gemist de afgelopen dagen, en dat begint nu te knellen. Iets in mij wil dolgraag ontmoet worden.
En nu voelt dat ene halfuurtje — dat weer wordt besteed aan anderen — als teveel. En komen er verschillende stemmen in mij aan de lijn: mag ik dat wel vragen? Ben ik nu niet teveel?
Wat er gebeurt is dat ik enorm in de war ben. Ik weet niet meer wat 'oud' is en wat 'nieuw' is. Wat is een gezonde reactie, en vanuit waar reageer ik nog vanuit oude patronen, oude verwachtingen, oude ideeën?
In die verwarring en kwetsbaarheid begin ik ook ineens te huilen en weet ik het helemaal niet meer. Ik loop naar Stijn toe en zeg dat ik hem mis, dat ik verlang naar verbinding en hem nodig heb.
Als een automatisme schiet Stijn dan in zijn reddersmodus — hoofdelijk aanwezig, maar lijflijk niet ingecheckt. En ik, vol in mijn lijf, vol in de emotie, kan hem daar niet bereiken.
Ik voel je niet, zeg ik.
En raak dan helemaal in de war, want dit is het vertrouwde wat ik al jaren ken. Het lijf uitgecheckt, uit verbinding, alleen met het hoofd aanwezig. Dit is juist wat ik niet meer wil.
Dan schiet ik ineens terug in mijn kern en voel ik glashelder: jij kan er nu niet voor me zijn. Je wilt wel, maar je hebt geen ruimte. En.... dat is oké.
Ik wil dolgraag weer verbinden, maar daar is nu niet het moment voor. En ik voel ook dat ik mezelf kan dragen. Dat ik gegroeid ben, in dit proces.
En dus pakken we allebei even onze eigen ruimte. Ruimte om onszelf te voelen, en te voelen dat we nu écht uit verbinding zijn.
Ik ga de was doen en rij in de auto, met de speakers op vol, Spaans-Arabische muziek die zindert van mediterrane emotie. En laat ik mijn tranen de vrije loop, mijn hart wagenwijd open voor de pijn, de pijn van mezelf telkens weer opnieuw verlaten, anderen vooropzetten en mezelf dan weer terugvinden. Het proces dat al jaren duurt.
Na de was, de muziek en de emoties ben ik weer wat gezakt. Stijn heeft ook de mogelijkheid gehad om ook weer meer in zijn lijf te zakken.
Dan, na een tijdje om elkaar heen te hebben gedanst, kijken we elkaar diep in de ogen en beginnen we te lachen. De liefde wint ergens altijd.
Via die verzachting ontstaat er ruimte om elkaar echt te horen — hoe lastig het is om volledig kwetsbaar te zijn, hoe snel iets toch onveilig voelt, en hoe snel alle beschermingslagen weer 'hallo' komen zeggen.
We praten over verlangens en behoeftes, over wensen en angsten, over kwetsbare stukken en wat 'oud' is — en hoe we elkaar weer vinden.
We zetten onze buitenbioscoop aan, eten nog een paar beschuit met muisjes en voelen.
Het leven is goed. Ondanks alles wat er is.
We komen er elke keer weer doorheen.
Liefs, Annemarie