Mijn lichaam dat zichtbaar maakt wat er zo graag gevoeld wil worden.
Jun 30, 2025
Ik stap de tent uit na een gebroken nacht; met een huid die vol zit met galbulten. Sinds een paar weken heb ik het gevoel dat m’n hele lichaam reageert op iets wat al heel lang ligt opgeslagen. Het wil eruit; als ik het niet toesta te voelen, dan doet mijn huid het wel voor me.
Ik bedank mijn huid en vervloek het tegelijkertijd. Deze spiegel.
Sinds een tijdje maak ik keuzes voor mezelf; en probeer ik zelfliefde te beoefenen. Maar het gaat met stappen vooruit en dan weer een paar achteruit. M’n interne criticus die dan weer volop aanslaat.
En dan lijkt m’n hele lichaam te zeggen: tot hier en niet verder. Geen concessies meer. Goede zelfzorg op nummer 1.
Wat heb ik mezelf lang niet op nummer 1 gezet; altijd klaar gestaan voor iedereen. Eerst de ander en dan pas jezelf; al was er dan eigenlijk helemaal geen tijd meer.
En zeker in het ziekenhuis bij mijn coschappen leerde ik al heel snel hoe onbelangrijk ik was; in een hoekje weggestopt; mezelf wegcijferend en op de achtergrond. Tijdens m’n werk als arts leerde ik al heel gauw af om te plassen, lang te lunchen of überhaupt te verlangen om op tijd naar huis te gaan.
Er was altijd wel wat; altijd wel een labuitslag waar nog op gewacht kon worden, een scan die nog gemaakt moest worden, een patiënt die wat liefde nodig had. En ik als arts maar zorgen en rennen voor iedereen.
En niet alleen daar; ook thuis ging het patroon door. Patronen. Patronen van mezelf wegcijferen, mezelf onbelangrijk maken. Mezelf op de laatste plaats zetten.
En nu lijkt dat niet meer te gaan; m’n huid smeekt erom. M’n huid laat het zien in netelroos; een irritatie, een frustratie die van binnen naar buiten stroomt.
‘IK WIL DIT NIET MEER’, roept het.
En het was dan ook afgelopen weekend dat ik er even tussendoor gezet werd door m’n partner. Niet bewust en zeker niet met deze intentie. Maar wel dat ik voelde: dit niet meer. Niet meer op die laatste plek. Niet meer kiezen voor de broodkruimels en daar dankbaar voor zijn.
Ik wil mezelf het waard vinden om voor te vechten. Ik wil mezelf het waard vinden om voor te gaan. Ik wil weer voor mezelf gaan. Ik wil mezelf zijn, ik wil…
Ik wil eigenlijk gewoon: leven op mijn voorwaarden. Gewoon een keertje op mijn voorwaarden. En als ik dat durf toe te staan; om dat uit te spreken —
Dan ontstaat daar als vanzelf weer ruimte; ruimte om die ander te horen, ruimte om die ander te zien. Ruimte om er voor die ander te zijn. Simpelweg omdat ik er dan heel erg voor mezelf ben geweest; voor de volle 100%.
En dan ontspant mijn lichaam; zakt de netelroos weer weg; is dan spoorloos verdwenen. Kan ik zakken in mijn lijf. En echt aanwezig zijn. Met wat er van mij gevraagd wordt. Wat die ander graag van mij verlangt.
En dat is het.
Ik nodig jou als lezer uit om eens te onderzoeken waar jij gaat voor de laatste broodkruimels en oké bent hiermee. Waar je de ander voor laat gaan en concessies doet aan jezelf. En hoe vaak dat per dag gebeurt. Wanneer kies je radicaal voor jezelf? En kun je ook zien dat dat niet egoïstisch is, maar pure zelfzorg — en dat dit nodig is om er echt voor die ander te kunnen zijn? Dat we niet kunnen geven wat we onszelf niet eens kunnen geven?