Artikelen

Ruimte innemen, ontheemd gevoel, Het altaar van mijn lief

Mar 23, 2025

Vanmorgen werd ik wakker na weer in slaap gevallen te zijn. In het ritme van de afgelopen dagen viel ons ontwaken samen met de zang van de vogels in het bos. Het extra uur slapen lijkt eerder averechts te heben gewerkt, er is een mist in mijn hoofd. Er is een lichte weerzin om op te staan en te beginnen aan de dag.

Ik lig in de tent van mijn lief. Er staan doorzichtige plastic kisten met spullen, kleding, speelgoed van de kinderen, slaapzakjes, spullen van Annemarie die ze verzameld heeft op weg naar haar sjamaan zijn. Ik ben op bezoek, zo voelt het.
De afgelopen dagen zijn intens geweest.
We vonden een weg samen, het opstaan samen met de jongens. Het ochtendritueel in de tent: slapen, ontwaken, vuur maken. Het wonen in het bos, omgaan met de kou in de avond. Omgaan met poep en plas ongelukjes. Zien dat de jongens zich goed vermaken. En daarnaast ook weinig tijd en plek ervaren voor mezelf om tot mezelf te komen.

De tent, een flinke, van zo'n zes bij zes meter en zo goed als rond is precies goed. Zo in de vorm van een tipi past het bij haar. Aan een beekvallei aan de rand van het bos. Eindelijk de plek die ze mag gaan claimen. Ja, de ruimte die ze in mag gaan nemen. Met al haar wijsheid en intuïtie, speelsheid en zinderende zotheid. Zoals ik van haar houd.

Op de plek staat een altaar. Met koren aren, een fiere pauwenveer, beeldjes, zelf gekleide stenen, gagel. Bij een lief denneboompje dat al direct bij aankomst tot haar sprak. Het steekt me. Dat ze een eigen plek heeft. Dat bomen tot haar spreken. Hallo, wie is daar? Welk deel in mij voelt jaloezie? Ik wil het stiekem ook wel, een eigen plek. Alleen mijn intuïtie de volledige ruimte te geven, daar zit ook weerstand. Angst, kan ik het wel? En als ik het kan, kan ik het wel goed genoeg? En ook een deel oordeelt. Vindt het maar gezwemel.

De camper staat schuin achter de tent, een beetje uit het zicht. Beest zoals ik hem noem, is mijn thuis geweest de afgelopen driekwart jaar. Beest is een huisje op wielen. Niet en campertje, nee, een tiny house moest het zijn. Een waarin ik kan staan, met een houtkachel de me warm houdt als dunne sliert, met een groot bed waarin ruim geslapen kan worden en wat al niet meer. Een buscamper, met een motor die me de Italiaanse Alpen over bracht. Hij kan tegen een stootje, welkom beest.

Op parkeerplaatsen stond ik, zag ik in de avond en nacht wat liefst in het geniep gebeurt. Stond ik op de meest fantastische plaatsen, illegaal soms in natura 2000 gebied, omdat het daar zo verdomde stil is.
Maar wat heb ik me ook opgelaten gevoelt. Me niet welkom. Waar kun je in Nederland in alle vrijheid genieten van de natuur? Handhaving heb ik meerdere malen gezien en vroeg me om te verkassen. Dat ik niet tot de doelgroep behoorde die ze normaal gezien wegsturen, maar omdat het gewoon niet mag. Regels.

Het lijkt erop dat ik dan nu mag landen, hier op de seizoensplek bij Annemarie.
En toch. Is het wel helemaal mijn plek?
Twee dagen na ons installeren op onze plek word ik aangesproken door de beheerder van het terrein. Ze vertelt dat ze niet helemaal weet hoe ze het moet zeggen, maar we nemen eigenlijk teveel plaats in. En vooral de camper. En die ziet er ook nog eens niet zo gezellig uit. Dat ze er al akkoord op heeft gegeven en dat ze daarom niet extra zal rekenen.
En of we de plek een beetje netjes kunnen houden, dat het geen uitdragerij lijkt.
We staan namelijk aan het klompenpad. Ze wil niet dat mensen bij de gemeente gaan klagen als het allemaal teveel in het oog springt.

Wederom voel ik me teveel. Bescheiden als ik altijd ben of misschien wel was. Mag ik ruimte innemen? Met mijn camper? Met mijn vriendin, met de kinderen die vaak luid spelend zijn? Met een skelter die er staat, een loopfietsje, de was die buiten hangt?

Ik ben even met het gevoel. Ik voel me ontheemd, en voel me teveel. En voel dat ik geen plek heb. Wat is mijn plek?
Wie ben ik? Zonder status als huisarts, zonder plek om te wonen, zonder echt huis, zonder boompje dat tot me spreekt, zonder altaar in de natuur?

Even later kom ik haar weer tegen, de beheerder. Ik vertel haar dat dit thema me raakt. Het teveel zijn. Ruimte innemen. Dat ik me ontheemd voel. Ze zegt dat dat nou ook weer niet de bedoeling is. Samen kijken we naar andere opties. Eventueel een ander plekje voor mij en de camper, zodat het niet zoveel is op één plek. Dan bedenkt ze zich dat in het hoogseizoen ze deze plekken ook beschikbaar wil houden voor camping gasten.

Dan besluiten we dat hij goed staat zoals hij nu staat. Het minst in het zicht.
Ik vraag of ik wat klussen zou kunnen doen. Ik voel dat als ik me meer verbind en de plek eigen kan maken door ook op een fysieke manier bezig te zijn. Er staat ook een vergoeding tegenover. Dat kan ik nu wel goed gebruiken. Ik toon mijn goede wil en ontvang er ruimte en respect voor terug. Ik voel me gelijk al meer welkom. Ik ben dankbaar voor mezelf dat ik mijn gevoel deelde met haar.

Een paar dagen later zit ik op het terras voor de tent van Annemarie in de middagzon. Annemarie is in het huis van Evert, haar ex-partner tussen nog meer spullen waar iets mee moet. Ik kijk naar het altaar van Annemarie onder haar boompje.


Ik zie het voor wat het is. Haar altaar. Niet iets wat ik ook zou moeten hebben. Ik hoef het niet helemaal te begrijpen. Ik hoef het alleen maar te laten zijn. En voelen wat het met mij doet.
Op het moment dat ik dit denk en voel, hoor ik een knak en zie de pauwenveer buigen met zijn trotse hoofdje met het oog tegen de grond. Is het mijn ego? Is het mijn gewonde man die op zijn knieën is gevallen? Eerbied heeft voor Annemarie en daarmee het vrouwelijke? De natuur? Is het eerbied voor mezelf, dat ik me mag bezighouden met wie ik ben en wat ik te doen heb?
Wat heb ik dan nodig? Wat heb ik te bieden? Daar mag ik mee zijn. En ja, diep van binnen als ik diep adem haal weet ik het wel.


Ik ben meester in het hier en nu, zijn, voelen, tot in de kleinste details waarnemen. En dat is wat ik te doen heb. Verfijnen. En dat uitdragen in zijn, woorden, geschreven, gesproken, muziek. Ik kan het wel voelen. Dat is mijn kern. Die is alleen maar vuur en liefde en wil op die manier tot uitdrukking komen. Omdat het wil, omdat het de levenskracht is die ik in me voel.

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe verhalen? 

Schrijf je in voor onze speciale nieuwsbrief waar we alleen de nieuwe verhalen versturen. 

Een platform voor zorgprofessionals en pioniers die oeroude wijsheid en moderne geneeskunde willen verbinden — in zichzelf en in hun werk.