Uit ons hol
Mar 26, 2026
We kruipen weer uit ons spreekwoordelijke hol. Een winter waar alles inzat.
Voor degenen die ons niet kennen: sinds twee jaar zitten Stijn en ik in een tussenfase. Loslatend wat geweest was, ontvangend wat het leven van ons vraagt. Dat betekent: wonend in twee campers in het bos, op een natuurcamping die 's winters gesloten is.
Onze winter begon met veel onrust. Twee weken wonen op parkeerplaatsen, met twee campers — opvallend, onveilig, zoekend naar een plek om te overwinteren. Een groot avontuur en een horrorshow ineen.
Het patroon dat ik niet meer kon dragen
Stijn en ik hadden het daar lastig mee. Ik merkte dat ik te veel op mijn schouders nam. Het zorgen, het overzien, het bij elkaar houden. Een patroon dat me maar al te bekend was. En dat ik, in deze situatie, gewoon niet kon volhouden.
We moesten tijdelijk ieder een eigen plek vinden. En toen dat helder werd, ontvouwde de reis zich als vanzelf. We kregen ieder onze eigen ruimte om oude pijn aan te kijken en onze eigen energie weer te voelen. Vrij snel hervond ik mezelf. Mijn helderheid en mijn kracht kwamen weer terug. En ook onze liefde stroomde weer als vanzelf.
En toen viel de volgende bom
En toen ik dacht dat dit het was voor de winter — viel er een grotere bom mijn leven binnen. De ziekte van de vader van mijn kinderen. Mijn jongens kwamen weer fulltime bij mij wonen. Middenin de winter, op de camping, met alle onzekerheid van dien.
Opnieuw werden Stijn en ik uitgenodigd te kiezen. Durven we dit samen te dragen? Durven we elkaar zo diep te ontmoeten?
Toen we allebei ja zeiden, brak er iets open. Een diep verdriet én een bevrijding tegelijkertijd. En samen hebben we het gedragen.
Van dag tot dag
De hele winter werden we uitgenodigd om van dag tot dag te leven. Om kleine momentjes te vieren. Om los te laten wat we net hadden vastgepakt. Om in het niet-weten te stappen.
Door zo geconfronteerd te worden met ziekte en dood, van zo dichtbij, stelde ik mezelf de vragen: waar heb ik het leven nog niet vastgepakt? Waar leef ik nog niet helemaal? En waar durf ik mezelf nog niet helemaal in te brengen?
Ik heb de jongens zien worstelen. Mezelf zien stoeien met oververmoeidheid, boosheid, verdriet en rouw. Ik heb mezelf in allerlei imperfecties mogen ontmoeten. En ik heb ons zien verbinden, juist in de zwaarste momenten.
De band met mijn oudste is enorm gegroeid. Waar hij vorig jaar nog woest was over de scheiding en we er niet goed uitkwamen samen — vuur tegen vuur — bewegen we er nu doorheen. En het eindigt in een schaterlach en een knuffel.
Het bos in
Nu zijn we terug het bos in verhuisd. Nog steeds in onze tussenfase. Niet wetend hoe lang, niet wetend waarnaartoe.
Het bos ontvangt ons in een trager en zachter tempo. Ik merk dat ik nog meer mag landen. Nog meer mag zijn. We leven weer meer met de zon, de wind, de aarde en het vuur.
En precies dat voelt als thuiskomen.
Liefs, Annemarie